Wat zijn overtuigingen en waarom zijn ze belangrijk?

Kernovertuigingen zijn aannames die we hebben over onszelf, de wereld en anderen om ons heen. Ze bepalen voor een belangrijk deel ons gedrag en hoe we naar de dingen kijken. Ze kunnen daardoor ook (automatische) negatieve gedachten veroorzaken. Maar kernovertuigingen zijn precies dat: overtuigingen. Vaak zijn ze niet waar en houden ze zichzelf in stand. Maar het is mogelijk om dat te veranderen. De stappen die hieronder staan zijn toegespitst op zingen in het algemeen en op zingen voor publiek. Merk je dat je veel spanning ervaart bij het zingen of bij optredens, wil ik je uitnodigen deze stappen uit te proberen.

Stap 1: De overtuiging herkennen en benoemen

Zet je overtuiging zo concreet mogelijk op papier. Door een vage angst concreet te maken, kun je het onderzoeken.

Voorbeelden van negatieve overtuigingen:

  • Ik ben niet goed genoeg.
  • Ik verpest het toch altijd.
  • Anderen horen alle fouten.

Stap 2: Is het een feit of een overtuiging?

Stel de vraag: is dit een feit of een gedachte die ik al lang geloof?

Zoek naar het moment of de periode waarin deze overtuiging ontstond (een opmerking van iemand, een optreden wat minder goed ging, vergelijking met een ander). Dit haalt de overtuiging uit de categorie “waarheid” en plaatst hem in de categorie “verhaal”.

Stap 3: Bewijs verzamelen tegen de overtuiging

Schrijf concreet drie momenten op dat de overtuiging niet klopte:

  1. Een moment dat het wel goed ging
  2. Een compliment dat je kreeg
  3. Een keer dat de angst groter was dan de werkelijke uitkomst

Het brein onhoudt falen makkelijker dan succes. Deze stap comperseert dat.

Stap 4: De overtuiging herformuleren

Herformuleer de absolute uitspraak naar een realistische uitspraak:

Voorbeelden hiervan zijn:

  • “Ik ben niet goed genoeg.” naar “Ik ben nog aan het groeien en dat is oké.”
  • “Ik verpest het altijd.” naar “Ik heb wel eens steken laten vallen, maar zeker ook goede momenten gehad.”
  • “Mensen horen alle fouten” naar “Het publiek luistert naar de emotie, niet naar perfectie.”

Probeer hierbij je eigen woorden te gebruiken.

Stap 5: Leer je lichaam kennen

Kernovertuigingen zitten niet alleen in je hoofd, maar ook in je lijf (bijvoorbeeld in een gespannen kaak, ingehouden adem of opgetrokken schouders).

Er zijn verschillende manieren om je lichaam te leren reguleren. Gebruik daarvoor bijvoorbeeld de ontspannings- en concentratieoefeningen in dit portaal. Merk daarbij op waar de overtuiging in je lichaam voelbaar is. Herhaling van de oefeningen zorgt ervoor dat je lichaam leert dat spanning niet hoeft te leiden tot paniek.

Gaat je kernovertuiging over stress of angst bij optredens of audities, doe dan ook stap 6 en 7.

Het klinkt heel logisch, maar voor een optreden of auditie is het allereerst erg belangrijk dat je je lied tekstueel, zangtechnisch en interpretationeel zo goed kent dat je het kunt dromen. Dan hoef je je daar in ieder geval geen zorgen over te maken.

Stap 6: Oefenen in kleine, veilige stappen

Bouw de stappen naar een optreden geleidelijk op:

  1. Zingen voor de zangdocent
  2. Zingen voor één of twee mensen die je vertrouwd
  3. Zingen voor een kleine, informele groep
  4. Zingen in een grotere of formelere setting (zoals een auditie of een optreden)

Door elke stap succesvol af te ronden, bouw je nieuw bewijsmateriaal op tegen de oude overtuiging.

Stap 7: Een podium-mantra of routine vastleggen

Bepaal één korte zin of handeling die je vlak voor het optreden kunt gebruiken. Dit moet iets zijn wat je nieuwe overtuiging activeert in plaats van je oude angst.

Voorbeeld: “Ik ben hier om te delen, niet om perfect te zijn.”

Een oude overtuiging veranderd niet zomaar. Herhaling is belangrijk. Vier kleine successen en merk dat je nieuwe verhaal steeds geloofwaardiger wordt. Succes!